Vaargebieden

 

Oostzee
Trotse steden, badplaatsarchitectuur en stille stranden


                                  

 

 

 

 

 

    

                                      

De Oostzee is een intracontinentale zee, een ondiepe 
binnenzee die in verbinding staat met de noordelijke 
Atlantische Oceaan. Ze wordt ook wel Balthische Zee 
genoemd naar de Baltische landrug die zich uitstrekt 
van Stettin tot Reval aan de Finse Golf. 

De Oostzee heeft een afmeting van ongeveer 440.000 
vierkante kilometer en een zoutgehalte van maar net 
1,5 procent, de gemiddelde diepte bedraagt ongeveer 
52 meter. 

Via de waterwegen Öresund, Grote Belt, kleine Belt, 
Kattegat, Skagerrak en het Noord-Oostzeekanaal is zij 
verbonden met de Noordzee. In tegenstelling tot de 
Noordzee heeft de Oostzee geen eb en vloed en vriest 
dus snel dicht. Ook de stormen zijn hier meestal iets 
onschuldiger. 

De Duitse Oostzeekust strekt zich uit van Flensburg tot 
aan de Pommerse Bucht. Ze bestaat uit vlakke zandstranden, 
steile kusten, baaien en inhammen die vaak tot diep in het 
vaste land dringen: Flensburger Förde (inham), Schlei, 
Eckernförder Bucht, Kieler Bucht en Lübecker Bucht.

 

 

De Friese meren en kanalen.

 

De Friese Meren zijn beroemd om het mooie en 

beschutte zeilwater. De tientallen meren, met langs 

de oevers veel aanlegplaatsen in een natuurlijke 

omgeving, zijn verbonden door kanalen.

Voor motorboten beven wij aan van Sneek naar 

Leeuwarden via de Swette.    

 

                                            

 

De Fluessen en het Heegermeer zijn samen 16 km

lang en in het meer liggen enkele eilanden waar u

beschut een nacht kunt liggen.

 

 

Ook in de oude stadjes, zoals in Heeg (zie boven) Sneek, 
Grou,
Sloten, 
etc. zijn aanlegplaatsen, waar een prettige 
water
sportsfeer heerst en waar het leuk is uw inkopen te 
doen.